M.C. Escher

M.C. Escher

Woord vooraf

Escher

 

Ter ere van zijn zeventigste verjaardag vond in 1968 in het Haags Gemeentemuseum een grote overzichtstentoonstelling plaats van het werk van de Nederlandse graficus M.C. Escher. Het was zeker niet zijn eerste expositie, maar het was wel voor het eerst dat een belangrijk kunstmuseum op eigen initiatief een overzicht toonde van zijn hele werk, benaderd zowel vanuit de kunstgeschiedenis als vanuit Eschers eigen systematiek, terwijl ook aandacht werd geschonken aan de talrijke wetenschappelijke en populair wetenschappelijke hanteringen. Eschers had ook toen al grote faam in binnen- en buitenland werd door het succes van de tentoonstelling bevestigd, en nam hierdoor nog verder toe.


In 1968 werd ook de Escher Stichting opgericht, die zich onder andere tot taak stelde te zorgen dat een zo compleet mogelijk overzicht van zijn werk bijeen zou blijven in een Nederlands museum. Dit is inderdaad gelukt; het Haags Gemeentemuseum bezit nu een vrijwel complete collectie van Eschers grafiek en een belangrijke groep tekeningen, aangevuld door een rijk archief, dat fotoalbums, geschriften en brieven bevat.

De catalogus bij de tentoonstelling in 1968 vormde de aanzet voor het boek De werelden van M.C. Escher, dat Meulenhoff in 1971 uitbracht. De publicatie die nu voor ligt, is daarop weer een aanvulling en een vervolg. Het in Den Haag aanwezige materiaal maakte het mogelijk een overzicht samen te stellen van Eschers hele grafische oeuvre; u vindt dit in het catalogusgedeelte. Hieraan vooraf gaan een levensverhaal en een visie op zijn werk vanuit de wiskunde, beide met talrijke citaten uit Eschers geschriften en correspondentie.


Degenen die Escher ooit hebben horen spreken over zijn werk of met hem in correspondentie hebben gestaan, weten dat hij een bijzonder vermogen bezat om in taal uit te drukken wat hem bezighield. Hij deed dat zonder veel omhaal van woorden, kernachtig, maar met sentiment en humor. Hoewel hij vaak klaagde over het vele schrijfwerk, kon hij het toch niet laten, steeds weer lezingen te houden die hij zorgvuldig uitschreef, en via brieven intensieve contacten te onderhouden met familieleden, vrienden en relaties. Vooral in de tweede helft van zijn leven was hij hier bijna dagelijks mee bezig. In het rijke materiaal van lezingen, dagboeken en honderden brieven is zijn leven dan ook praktisch stap voor stap te volgen. Daarvan is hier dankbaar gebruik gemaakt. Het bleek mogelijk om in het bijzonder de laatste twintig jaar leven grotendeels door Escher zelf te laten vertellen, via een geschakelde reeks citaten. Een hoogtepunt hierbij wordt gevormd door een lezing over zijn bootreis naar Canada in 1960 die als een afzonderlijk hoofdstuk een belangrijke eigen plaats heeft gekregen. De lezer kan zich, als het ware van binnen uit, een beeld vormen over Eschers leven en krijgt de beschikking over een keuze uit het bronnenmateriaal.


Een belangrijke bron voor de eerste helft van Eschers leven is het dagboek van zijn vader. In het eerste hoofdstuk word deze vader zelfstandig geïntroduceerd, omdat hij zo'n duidelijk stempel heeft gezet op Eschers karakter; vele trekken van de markante persoonlijkheid van de vader vinden we bij de graficus terug.  boeiend is, dat ook vader Escher zich kernachtig in taal kon uitdrukken. Zo'n uitdrukkingsvaardigheid treffen we ook weer aan bij eigen oudste zoon George, die voor dit boek een paar prachtige herinneringen opschreef over het wonen in Italië en een typisch Escheriaans verslag van het einde, dat het levensverhaal met sentiment en toch in het geheel niet sentimenteel afsluit.


Een onderwerp waarover Escher telkens weer lezingen hield dat hem het meest na aan het hart lag, is de regelmatige vlakverdeling. Zijn inzichten daarover vatte hij samen in een verhandeling die in 1958 in een kleine oplage werd uitgegeven door de Stichting De Roos, een in Utrecht gevestigd bibliofiel genootschap. Het is van grote betekenis dat deze belangrijke tekst van Escher weliswaar in een andere vormgeving onverkort kon worden opgenomen, waardoor hij nu algemeen toegankelijk wordt. Samenstellers en uitgever zijn de Stichting De Roos hiervoor zeer erkentelijk.


Zonder het materiaal in Den Haag had deze tekst nooit de vorm kunnen krijgen die het nu heeft, maar ook niet zonder de medewerking van twee auteurs die Eschers heel goed persoonlijk hebben gekend. J. R. Kist is de jongere broer van Bas Kist, die al sinds Eschers jeugd één van diens boezemvrienden was. Hij was de aangewezen samensteller voor het levensverhaal. Door zijn vertrouwdheid met de familie en vriendenkring van Escher, was juist hij in staat talloze bronnen op te sporen, en in het verhaal die Escheriaanse atmosfeer en levenskijk voelbaar te maken. Bruno Ernst heeft sinds het midden van de jaren vijftig in nauw contact met Escher gestaan en is met name thuis in de mathematische kant van Eschers grafiek; hij publiceerde hierover verscheidene artikelen en het boek De Toverspiegel van M.C. Escher. Escher zelf vond een interpretatie vanuit wiskundig gezichtspunt essentieel; deze mocht hier dan ook niet ontbreken. 


We willen graag een paar met namen noemen. Zo is er allereerst het Haagse Gemeentemuseum, waar het materiaal van de Escher Stichting moest worden geordend, beschreven en gefotografeerd voordat er iets mee kon worden gedaan. Vooral Flip Bool heeft hier bergen werk verzet. Dan is er Cornelius Van S. Roosevelt, één van de oudste Amerikaanse vrienden van Escher en zijn grootste verzamelaar, wiens gedetailleerde kennis van zaken en buitengewone behulpzaamheid van onschatbare betekenis zijn geweest. J .W. Vermeulen mag ook niet onvermeld blijven. Hij heeft Escher indertijd ervan weten te overtuigen dat er een Escher-Stichting moest komen. Zonder deze stichting zou er in Den Haag geen collectie en archief zijn geweest en had de basis voor het boek ontbroken. Door zijn betrokkenheid in de Escher Stichting, door zijn contacten met de zonen Escher en als altijd bereidwillige informatiebron heeft Vermeulen een belangrijke bijdrage geleverd aan de totstandkoming van dit boek. Ook de zonen van Escher hebben hierin hun aandeel, al was het alleen al door de ongelimiteerde beschikbaarstelling van de correspondentie met hun vader. Tenslotte wil ik met nadruk de inzet van uitgeverij Meulenhoff prijzen. Ondanks vele tegenslagen en onvoorziene problemen is het enthousiasme en vertrouwen in een uiteindelijk goed resultaat onwankelbaar gebleven. Bovendien heeft de uitgeverij ook inhoudelijk een niet onaanzienlijke bijdrage geleverd.




Lees meer →

Prospects


In de afgelopen jaren heeft de M.C. Escher-Stichting nieuwe activiteiten ontwikkeld ter bevordering van de bestudering, de verspreiding en het tentoonstellen van het werk van M.C. Escher. De Stichting, die thans te Baarn is gevestigd, werkt nauw samen met Cordon Art bv, die de wereldrechten op Eschers werk beheert. Ere-voorzitter van de Stichting is Ir. George Escher, de oudste zoon van de kunstenaar. De voorzitter is W.F. Veldhuysen.