M.C. Escher

Billiton Maatschappij

De Billiton Maatschappij, tussen 1924 en 1972 officieel Gemeenschappelijke Mijnbouwmaatschappij Billiton, tussen 1972 en 2001 Billiton International Metals BV, thans BHP Billiton, is een mijnbouwmaatschappij die in de 19e en 20e eeuw een belangrijke rol speelde bij de ertswinning in Nederlands-Indië, later Indonesië.

De maatschappij begon met tinwinning op het Indische eiland Billiton (Maleis: Belitung), waar de naam van afkomstig is. In het tweede deel van de 20e eeuw breidde de maatschappij haar activiteiten uit over de hele wereld. Ook raakte ze actief in andere takken van metaalwinning. Vanaf 1972 was Billiton onderdeel van Royal Dutch Shell, in 1994 werd ze van Shell overgenomen door het Zuid-Afrikaanse mijnbouwbedrijf Gencor.

  • Inhoud
  • 1 Geschiedenis
  • 1.1 Voorgeschiedenis
  • 1.2 Het Billiton-schandaal
  • 1.3 Verdere geschiedenis
  • 1.4 Verdere overnames
  • 2 Ertssmelter
  • 3 Externe bron
  • 4 Externe link

Geschiedenis

Voorgeschiedenis

Op 13 augustus 1814 werd het eiland Banka door de Engelsen uitgeruild tegen het "etablissement Cochin". Aangezien het bij Banka behorende Billiton "is said to be rich in ores" wilden de Engelsen dit eiland aanvankelijk zelf behouden, maar op 17 maart 1824 werd ook dit aan de Nederlanders overgedragen.

De Nederlandse industriëlen Wolter Robert van Hoëvell en Vincent Gildemeester van Tuyll van Serooskerken maakten plannen het eiland te exploreren. Met hulp van John Francis Loudon werd krediet verkregen van de firma A. van Hoboken & Co. te Rotterdam. Het was de kapitaalkrachtige prins Willem Frederik Hendrik, die daarbij garant stond.

In 1850 was J.H. Croockewit naar Billiton gezonden, deze rapporteerde "dat het zeker is: dat het eiland Billiton geen tinerts in zijn bodem bevat". Desondanks vond de expeditie met Van Tuyll en Loudon, die op 28 juni 1851 in Billiton aankwam, dankzij Joh. F. den Dekker, een klerk uit Banka, reeds na enkele uren tinerts. Op 23 maart 1852 kreeg men een concessie. Terwijl vele werkzame koelies door ziekte werden geveld en overleden, merkten de Europeanen dat "de behoefte aan afleiding door gezellig verkeer zich deed gevoelen". Overigens werd ook Loudon ernstig ziek, maar hij ontsnapte aan de dood. Ondertussen floreerde de onderneming niet optimaal, ook omdat deze, in de woorden van Loudon, "steeds een warboel zou zijn zolang Tuyll zich er mede bemoeide".

Uiteindelijk werd de firma op 29 september 1860 omgezet in een Naamloze Vennootschap met de naam: "Billiton Maatschappij" (BM). De erven der oprichters en veel vertegenwoordigers der Nederlandse adel, werden aandeelhouder.


Het Billiton-schandaal

 Koelies graven de ertsgrondlaag af in de groeve Ajer Poetih Singkep Tin Maatschappij Riouw

Tot 1864 ging het slecht met de onderneming. Na een wijziging van de concessievoorwaarden dreigde zelfs liquidatie. Nationalisatie bracht de firma weer in veiliger vaarwater. Nu moest nog geprobeerd worden de concessie, die tot 1892 liep, te verlengen. Op 7 januari 1882 werd deze ondershands verleend, hetgeen tot woedende reacties in de Tweede Kamer leidde, waarvan het anti-revolutionaire kamerlid Levinus Wilhelmus Christiaan Keuchenius de woordvoerder was. Deze sprak over "wetsschennis en de benadeling van 's-lands belangen". De zaak lag gevoelig daar koning Willem III en prinses Sophie het aandelenpakket hadden geërfd van de overleden mede-oprichter prins Hendrik (1600 van de 5000 aandelen). Willem III moest de concessieverlenging goedkeuren, en daar zag de oppositie een botsing van belangen.

Op 14 november 1882 kwam de "Billiton-quaestie" in de Tweede Kamer ter sprake. Een onafhankelijke commissie zou een rapport uitbrengen dat op 7 december 1882 verscheen. Dit rapport was vernietigend voor het gevoerde beleid, dat door de toenmalige Minister van Koloniën, Willem de Brauw, werd verdedigd, onder meer met de opmerking dat na 1892 toch geen tin meer aanwezig zou zijn op Billiton. Uiteindelijk moest Willem III zijn aandelenpakket –tegen een lage koers– verkopen, maar Sophie mocht het hare behouden. Het conflict leidde tot het aftreden van De Brauw en uiteindelijk tot de val van de gouverneur-generaal in Nederlands Indië Frederik s'Jacob in 1884.

De Billiton Maatschappij ging er echter gewoon van uit dat de concessie verlengd zou worden en er was zelfs sprake van dat het 9e Bataljon Infanterie tijdens de ophanden zijnde beslaglegging door de overheid aanwezig zou zijn om een en ander in goede banen te leiden. Op 23 maart 1892 kwam er in ieder geval een deurwaarder langs, maar uiteindelijk kwam het tot een vergelijk. Het nieuwe contract pakte gunstiger voor de Staat uit en werd op 20 mei 1892 aanvaard door de Tweede Kamer. Toch vielen er tijdens de discussie nog tal van "insinuatiën" te beluisteren aan het adres van Billiton.


Verdere geschiedenis

Werknemers van de Billiton Maatschappij in de centrale werkplaats op Lipat Kadjang 

In 1908 werd een onderzoek uitgevoerd naar de arbeidsomstandigheden bij Billiton, die in vele opzichten niet rooskleurig waren. Zo tierde er de opiumhandel. In 1917 zag het er naar uit dat Billiton een staatsbedrijf zou worden. Dit werd met een nipt stemmenverschil verhinderd.

In 1920 werd de Mijnbouwmaatschappij Stannum opgericht, die buiten Nederlands-Indië werkzaam zou zijn.

In 1924 werd de 'Gemeenschappelijke Mijnbouwmaatschappij Billiton' (GMB) opgericht, waarin de Nederlandse staat voor 5/8 deel deelnam. Voorts werd in 1928 te Arnhem een tinsmelter gebouwd (HMB) en in 1933 werd de Sinkep Tin Exploitatie Maatschappij overgenomen.

Een groot baggervaartuig van Billiton, de Karimata, werd in 1938 ingezet om naar het wrak van het legendarische goudschip, de Lutine, te baggeren. Er werd slechts één goudstaaf gevonden.

In 1934 breidde Billiton zijn activiteiten uit naar de bauxietwinning, waartoe de 'Nederlandsch-Indische Bauxiet Maatschappij' werd opgericht. Deze begon in 1941 te Suriname met haar werk. Dit leidde in 1954 tot de oprichting van de 'Billiton Maatschappij Suriname'.

Ondertussen had de Tweede Wereldoorlog plaatsgevonden en Indonesië verklaarde zich in 1945 onafhankelijk, een feit dat in Nederland pas in 1949 werd erkend. Billiton bleef in het land actief tot 1958. In 1968 keerde Billiton weer naar Indonesië terug.

In 1951 werd in het toenmalige Zuid-Rhodesië de Kamativi Tin Mines Ltd. opgericht, waarin Billiton een meerderheidsbelang had. In 1960 werden er plannen ontvouwd voor de oprichting van Tiofine, een titaandioxidefabriek, en in 1969 verkreeg Billiton een 50% belang in de Kempensche Zinkmaatschappij te Budel.

Verdere overnames

In 1970 werd Billiton overgenomen door Shell. In 1972 kondigde dit bedrijf herstructureringsmaatregelen aan en men vreesde dat Shell haar metaalsector "op een laag pitje" zou zetten. De naam werd nu: Billiton International Metals BV. Billiton ging echter verder met het ontplooien van internationale activiteiten en wel in Peru (1974), Brazilië (1976), Ierland (1977), Colombia (1978) en Australië (1980). In 1982 werd de magnesiumoxidefabriek MAGIN/NOZO, later Billiton Refractories, te Veendam geopend, nadat eerdere pogingen een magnesium-metaal fabriek te bouwen gestrand waren op financiering. In 1996 is deze fabriek verkocht aan derden en onder de naam Nedmag voortgezet. Deze wint nog steeds magnesiumchloride uit Veendamse zoutlagen.

In 1961 werd een joint venture aangegaan met Kawecki, een fabrikant van aluminiumlegeringen. Aldus werd de 'N.V. Kawecki-Billiton Metaalindustrie' (KBM) opgericht, die in 1963 een fabriek te Arnhem opende en vanaf 1977 ook te Delfzijl. Bij de werkzaamheden aldaar werd in 1982 nog een hunebed gevonden. Kawecki werd in 1978 overigens overgenomen door de Cabot Corporation en staat sinds 1986 bekend als KB Alloys Inc. KBM is dan geheel door Billiton overgenomen.

http://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/0/08/BHPB_Iron_Ore_4353_%2B_5652.JPG/260px-BHPB_Iron_Ore_4353_%2B_5652.JPG

BHPB Iron Ore 4353 + 5652

In 1994 werd Billiton overgenomen door Gencor, een Zuid-Afrikaans mijnbouwbedrijf. In 1997 splitse Gencor alle niet-edelmetaalactiviteiten af in Billiton plc. In 2001 fuseerde Billiton plc met het Australische mijnbouwbedrijf Broken Hill Propietary (BHP) tot BHP Billiton. Voor en na dit jaar vonden nog tal van overnames wereldwijd plaats.

Ertssmelter

De tinsmelter van Billiton te Arnhem werd in 1928 opgericht onder de naam: "Hollandsche Metallurgische Bedrijven" (HMB). In 1972 ging dit bedrijf, evenals het moederbedrijf, Billiton International Metals (BIM) heten. Vanaf circa 1970 was dit bedrijf volledig in handen van de Koninklijke Shell-groep, die allerlei industrieel belangrijke zware metalen uit het erts vrijmaakte. Dit gold met name voor tin, maar ook voor de metalen lood, cadmium en zink. Ook werden er door dit bedrijf loodaccu's gerecycleerd. Dit alles leidde tot zware bodemverontreiniging. In 1984 werd te Arnhem nog een nieuw laboratoriumgebouw voor "Billiton Research" geopend.

De (merk)naam Billiton is in 1994 overgegaan van Shell naar het Zuid-Afrikaanse mijnbouwbedrijf Gencor, waarna alle activiteiten in Arnhem zijn gestopt en de grond van het fabrieksterrein aan de Rijn is gesaneerd. Een van de zwaarste verontreinigingen werd veroorzaakt door de accubreker, waar grote hoeveelheden zwavelzuur en Lood vrijkwamen. In 1996 sloot de tinsmelter in Arnhem voorgoed haar poorten. Het terrein werd gesaneerd.

Na de overname door Gencor zijn de Billiton bedrijfsonderdelen ter sluiting een nieuwe naam 'Logam' gekregen omdat de naam Billiton meeverkocht is aan Gencor.

Externe link

Categorieën:

  • Nederlands bedrijf
  • Mijnbouwbedrijf
  • Arnhem
  • Royal Dutch Shell
  • Economie van Nederlands-Indië

Terug →